• Stilte, Gehoorzaamheid en Vreugde

    “Het zelf is slechts in de mate gezond en vrij waarin het trouw blijft aan de toewijding die het zelf gekozen heeft.”


    – Kierkegaard, Of/Of (Either/Or)


    Søren Kierkegaard (1813-1855) is een christelijk existentialist en wordt gezien als de grondlegger van het existentialisme. Hij houdt – net als Camus – niet van systemen. Toch heeft hij er eentje. Zelf pas ik zijn systeem vaak toe en lach ik graag wanneer dit systeem weer niet goed uitpakt, maar daar kom ik zo op terug.

    Allereerst, Kierkegaard maakt het niet zoveel uit of je christen of atheïst bent. Als je maar een keuze maakt, een overtuigde keuze, ook al ontbreekt het aan absolute zekerheid. Want de epistemologie – de manier waarop zowel christen als atheïst bepalen wat waar is – verschilt fundamenteel. Dus, ben je christen? Leef dan overtuigd volgens de regels van het christendom. Ben je atheïst en geloof je nergens in? Leef dan overtuigd dat het leven geen hiernamaals heeft.

    Goed. Kierkegaard beschreef drie stadia.

    1. Esthetisch stadium (leven voor genot, afleiding, kunst, schoonheid, intelligentie)
    2. Ethisch stadium (leven vanuit plicht, verantwoordelijkheid, moraal)
    3. Religieus stadium (leven in overgave aan God)

    Wie volwassen wil worden als mens, moet door deze stadia heen. Niet toevallig of halfslachtig, maar existentieel: je kiest het leven dat je leeft, en die keuze moet je dragen. Ik kies met volle overtuiging voor het atheïstisch bestaan. Ik kies dus voor een mensgericht leven. Het Ethisch stadium.

    Enfin. Het systeem.

    1. Silence (stilte): in de eerste stap stelt de mens zichzelf morele vragen: “Wie wil ik zijn?”, “Waar word ik gelukkig van?”, “Waar wil ik over twee maanden staan?”. Het beantwoorden van deze vragen vraagt om stilte – nadenken, onderzoek, eerlijkheid, doorvragen, aandacht. Zie deze stap als het plannen van je stappen, doelen, projecten, relaties, ervaringen; kortweg je toekomst.

    Zie het als de generaal die een strategie bedenkt. Hij denkt tijden lang goed na en laat zich niet van de wijs brengen door wat er om hem heen allemaal gebeurt of wat mensen allemaal vinden. Hij denkt na en maakt een plan voor zijn soldaten.

    “Binnen twee maanden wil ik een drietal nieuwe hobby’s geprobeerd hebben, omdat mij dit kan helpen in het worden van een vollediger mens”.

    2. Obedience (gehoorzaamheid): de tweede stap vraagt om gehoorzaamheid van de dingen die je hebt besloten in je eerste stap. Je hebt in de eerste stap besloten dat je binnen twee maanden een keer hebt geprobeerd te salsadansen, te boulderen en te fitnessen.

    Zie dit stadium als de soldaat die de plannen van de generaal uitvoert. Dit is niet meer de tijd om na te denken over tactiek. Het is knallen. Overleven. Doen waarvoor je gekomen bent.

    3. Joy (vreugde): de derde stap klinkt misschien wat simpel, maar het is absoluut de belangrijkste en juist hier zit het verschil met een simpel “Plan & Do”-systeem. Je kan vreugde, voldoening en volledigheid voelen omdat je steeds het juiste doet, je waardig opstelt en je verantwoordelijkheden nakomt. Dat is voor Kierkegaard wat vreugde betekent. Esthetisch genot is vluchtig. Ethisch genot langdurig. En misschien had Kierkegaard wel gelijk en is religieus genot eeuwig. Maar dat is voor een andere post.

    Vreugde, vrede en voldoening zijn kwetsbaar in dit systeem. Ben je gehoorzaam geweest en heb je stap twee uitgevoerd? Alleen dan, en dan alleen, zal deze vorm van ethisch genot je leven betekenis en invulling geven.

    Goed, waarom ik altijd zo moet lachen wanneer dit systeem faalt (en dat doet het vaak), is omdat je niet gehoorzaam[2] bent aan je doelen, projecten en stappen die je hebt bepaald tijdens de stilte[1]. Dan zijn er twee opties mogelijk.

    1. Je bent niet lang genoeg stil (onderzoekend) geweest tijdens de stap van stilte. Wilde je het wel graag genoeg? Of was het doel te groot?
    2. Je ging redenen zoeken (luiheid, uitstelgedrag, onzekerheden) om niet gehoorzaam te zijn.

    Optie 1 is makkelijk te overkomen. Terug naar de tekentafel en je doelen tijdens de stilte kleiner maken, of korter, of simpeler. Optie 2 is lastiger. Want als je doel haalbaar is en je voor jezelf hebt bepaald dat je hiervan een fijner leven krijgt of beter mens wordt, waarom doe je het dan in hemelsnaam niet? Een vriend zou dan zeggen: “Oh, maar dat is vreemd Vinnie… je zei dat je het wilde!”. Kut, hij heeft gelijk.

    PS: Kierkegaard vond dat dit systeem alleen toegepast kon worden in het religieuze stadium. Ik ben het daar zeer mee oneens. Juist in het ethische stadium waar je vaak opnieuw keuzes moet maken, en je ook moet leven met de consequenties van die keuze, zonder ze toe te schrijven aan een hogere macht. Dat is voor mij waar dit systeem juist zo in uitblinkt.

  • Spooktrouw

    “Ik probeerde de last van mijn schuld te verlichten door in stilte voor haar te lijden. Niemand vroeg mij om die last te dragen, en niemand kon haar mij afnemen. Maar ik bleef haar torsen, omdat ik mijzelf veroordeeld had en het vonnis dagelijks moest uitvoeren.”

    – Camus, De Val


    Het gaat als volgt. Je hebt iets stoms gedaan. Heel veel dingen stom gedaan, en je bent daardoor veel verloren. Je vriendin bijvoorbeeld, ik zeg maar wat. Vervolgens zie je het als je levensdoel om deze fout te herstellen. Door nooit meer alcohol te drinken, ik zeg maar wat. Je levensdoel is nog zo sterk en vers dat er geen twijfel in je hoofd mogelijk is dat je ooit van dit levensdoel af zal wijken. Het is allesoverheersend en er gaat geen gedachte voorbij zonder aan het doel te denken. Tien-, twintigduizend keer per dag hetzelfde denken. Wat zou ze aan het doen zijn? Wat zou ze over me denken? Wat als ze me ziet? Wat als ze een nieuwe vriend heeft? Wat als het verkeerd met haar gaat? Wat als ze pijn heeft? Wat als ze niet getroost kan worden? Wat als het leven haar tegenstaat? Wat als ze zichzelf verliest? Wat als ze het niet aankan? Ik moet paraat staan en op elk moment een goede actie kiezen. Klaar staan om de fout recht te zetten.

    Stel je voor, je hebt geen contact met haar. Ze wil je niet zien. Ik zeg maar wat, ze heeft een schijthekel aan je voor wat je gedaan hebt. Of ik zeg maar wat anders, want ik heb geen idee wat er in haar hoofd omgaat. Stel je krijgt geen bevestiging van haar of je de goede weg bewandelt. Dan moet je het in jezelf zoeken. Maar je levensdoel was bij háár de fout herstellen. Dan ga je twijfelen aan je levensdoel, maar je kan ook niet zeker zijn dat het niet het goede levensdoel is, want je wandelt alleen de al bewandelde paden in je hoofd met dezelfde vragen die niet voor een antwoord zullen zorgen wanneer die vriendin dit niet laat blijken.

    Dwangpad 1: Wat je dan doet is krampachtig op zoek gaan naar die bevestiging. En dan ga je haar dus proberen tegen te komen. Dus ik zeg maar wat, dan loop je net effe dat extra rondje waar jullie wel eens liepen, ook al heb je al genoeg stappen gezet. Dan wandel je graag in het bos, want dan ben je in ieder geval buiten waar je gezien kan worden door haar. Dan kijk je de volgende zes maanden naar elk klein grijs autootje die zij ook had. Dan kijk je naar elke slanke, blonde, mooie vrouw die voorbijkomt. Monitoren. In onrust. Tijdens dat je dit doet, vergeet je echter geen moment dwangpad 2.

    Dwangpad 2: Wat je dan ook doet is luisteren naar wat ze je gevraagd heeft: 1. Haar met rust laten en 2. Aan je herstel werken. Dus dan ga je juist expres de plekken vermijden die associaties met jullie oproepen. Het café aan de haven bijvoorbeeld. Want straks denkt ze dat je haar niet met rust laat of erger, dat je weer naar de fles hebt gegrepen. Je gaat minder met oude vrienden om en probeert nieuwe manieren te vinden om te leven. Tijdens dat je deze dingen doet, voer je secuur dwangpad 1 uit.

    Combineer deze twee dwangpaden van bevestiging en vermijding en je hebt een voor mij nieuwe staat van zijn gecreëerd. Spooktrouw, niet aan haar, niet aan jezelf. Aan iets dat nergens geschreven staat, maar dat je toch elke dag opnieuw overschrijft door het te doen. Een brief zonder ontvanger. En misschien is dat het wel, dat ik nooit antwoord zal krijgen of dat het wel is. Niet dat ik ooit weet of ik nog iets rechtzet. Omdat ik op een of andere kromme manier besloten heb dat het telt, ook als niemand het ziet.